|
Vóór
de Franse Revolutie (1789)
Ten
tijde van de Romeinen bestonden geen specifieke inrichtingen
om behoeftigen op te vangen, maar de faciliteitenwetten lieten
hen o.m. toe om graan te kopen tegen sterk verlaagde prijzen.
Het aanbieden van "brood en spelen" had eigenlijk
meer de bedoeling om opstandig of misdadig optreden tegen
te gaan.
Met
het Christendom werd de armenzorg een zaak van naastenliefde.
De hulpverlening werd oorspronkelijk op parochiale basis georganiseerd
en was een zuiver kerkelijke aangelegenheid. Er ontstonden
armentafels voor de bedeling van voedsel en kledij, en hospitalen.
Ook kloosters verleenden hulp aan de armen.
In
het begin van de 16de eeuw werden belangrijke hervormingen
doorgevoerd. De hulpverlening werd gecentraliseerd en meer
en meer door burgers overgenomen. Ze werd ook meer een aangelegenheid
van de gemeentelijke, eerder dan van de kerkelijke en parochiale
instanties.
De Franse Revolutie
Na
de Franse Revolutie moest iedere gemeente bij wet een weldadigheidsbureel
(voor thuiswonende armen) en een Commissie der Burgerlijke
Godshuizen (voor zieken en bejaarden) oprichten. Dit waren
openbare instellingen met rechtspersoonlijkheid die een uitsluitend
burgerlijk karakter vertoonden.
Na
de Belgische Revolutie van 1830 bleven de weldadigheidsburelen
en de burgerlijke godshuizen bestaan.
De
Commissies van Openbare Onderstand
Met
de wet van 10 maart 1925 werden de burgerlijke godshuizen
en de weldadigheidsburelen samengevoegd tot de Commissies
van Openbare Onderstand.
Deze
commissies hadden tot taak de materiële nood te leningen.
Het begrip onderstand was essentieel verbonden met de staat
van behoeftigheid. Hoewel de behoeftige geen subjectief recht
op onderstand kon laten gelden, kon hij wel bezwaar indienen
tegen de beslissing van de COO bij een comité van verzoening,
dat een bindend advies uitbracht.
De
Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn
Door
de wet van 8 juli 1976 werden de COO's omgevormd tot OCMW's.
Ze kregen een ruimere taak toebedeeld. Naast het lenigen van
materiële nood dient het OCMW zich ook te bekommeren
om de immateriële, psycho-sociale en medische hulp. Ook
treedt ze niet alleen curatief, maar ook preventief op.
Dit
alles heeft tot doel iedereen een leven te laten leiden dat
beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Dit is een sujectief
recht geworden, ondersteund door de mogelijkheid om een beroep
in te stellen bij de Arbeidsrechtbank tegen de beslissingen
van het OCMW inzake individuele dienstverlening.
|